Partij

De statuten van GOUD

In de statuten van de politieke partij GOUD staat onder meer wat het doel en de middelen zijn en hoe het partijbestuur is samengesteld. In de statuten is het financiële beleid vastgelegd, wordt uitgelegd wat de ‘rechten’ van de leden zijn en worden de regels omschreven van de algemene vergadering.

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1: Begripsbepalingen

1.1 Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van de statuten, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven. Met verwijzingen in de statuten naar ‘hij’ of ‘zijn’(anders dan als werkwoord) wordt tevens bedoeld te verwijzen naar alle gender vormen.
1.2 In deze statuten en in de krachtens deze statuten vast te stellen reglementen wordt verstaan onder:
a. Partijbureau:
Het partijbureau dat voorziet in de ondersteuning van het partijbestuur bij de uitoefening van zijn taken en welk secretariaat wordt aangestuurd door een door het partijbestuur aangestelde directeur.
b. Algemene vergadering:
De algemene vergadering is het orgaan van GOUD dat in Titel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeduid als algemene vergadering.
c. Commissie van beroep:
Een beroepsinstantie, zoals omschreven in artikel 22, samengesteld uit de door de algemene vergadering benoemde leden.
d. Fractie:
De als zodanig gezamenlijk in een vertegenwoordigend lichaam optredende leden van GOUD.
e. Gekwalificeerde meerderheid:
Ten minste twee derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen, waarbij blanco en ongeldig uitgebrachte stemmen geacht worden niet te zijn uitgebracht.
f. Gewone meerderheid:
Meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco en ongeldig uitgebrachte stemmen geacht worden niet te zijn uitgebracht.
g. Partijbestuur:
De door de algemene vergadering benoemde bestuursleden van GOUD, zoals omschreven in artikel 17.
h. Huishoudelijk reglement:
Het huishoudelijk reglement van GOUD.
i. Jaarlijkse algemene vergadering:
De algemene vergadering, die ingevolge artikel 13.1 elk jaar vóór vijftien juni wordt gehouden.
k. Ledenraadpleging:
Een methode waarmee stemgerechtigde leden in de gelegenheid worden gesteld zich digitaal, schriftelijk of telefonisch te uiten over onderwerpen, functies of kandidatenlijsten.
l. Ledenvergadering van een regio:
De vergadering van de leden die behoren tot de lokale netwerken waaruit de regio bestaat.
m. Ledenvergadering van een lokaal netwerk:
De vergadering van de leden, die tot het lokale netwerk behoren.
n. Lokaal netwerk:
Een overeenkomstig artikel 20 opgerichte plaatselijke organisatie van GOUD en nader omschreven bij huishoudelijk reglement.
o. Regio:
Een overeenkomstig artikel 19 opgerichte regionale organisatie van GOUD en nader omschreven bij huishoudelijk reglement.
p. Schriftelijk:
Onder schriftelijk wordt verstaan een bericht dat is overgebracht bij brief, telefax of e-mailbericht of enig ander elektronisch communicatiemiddel, mits het bericht leesbaar en reproduceerbaar is.
q. Partijcommissies:
Een commissie zoals omschreven in artikel 21 waarvan de leden langs specifiek thematische lijn samenwerken.
r. GOUD:
De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: GOUD, ingeschreven in het handelsregister, waarvan de interne organisatie wordt beheerst door deze statuten.

Artikel 2: Naam, zetel en duur
Naam
2.1 De vereniging is genaamd: GOUD.
Zetel
2.2 Zij heeft haar zetel te Haarlem (Frieslandlaan 1a).
Duur
2.3 GOUD is voor onbepaalde tijd opgericht op 13 september 2022.

Artikel 3: Doel en middelen
Doel
3.1 De partij heeft als doel om op democratische wijze politiek te bedrijven gericht op de belangen van mensen in de tweede helft van het leven en waarin goed ouder worden in Nederland centraal wordt gesteld.
3.2 De partij wil dat doen met inachtneming van de belangen van andere, jongere generaties.
3.3. De partij wil voor mensen in de eerste helft van het leven realiseren dat ze in die tijd voldoende maatregelen kunnen nemen en er een omgeving wordt gecreëerd, dat het goed ouder worden bewerkstelligt.
3.4 De partij wil bevorderen dat alle generaties binnen hun mogelijkheden mee kunnen doen, of je nu oud of jong bent. De kwaliteiten en niet de leeftijd is hierbij bepalend.
3.5 De partij wil dit doel onder meer bereiken door:
a. Het deelnemen aan landelijke, provinciale, gemeentelijke, waterschaps-en Europese verkiezingen en daardoor het behartigen van de belangen van onze doelgroep.
b. Behartigen van de belangen in de relevante organen door gekozen leden aan de hand van hierboven genoemde doelen
c. Het organiseren van informatie bijeenkomsten
d. Al hetgeen te doen wat met het bovenstaande verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn.
3.6 het bevorderen van de verkiezingen van leden van de partij in de vertegenwoordigende lichamen.
3.7 De vereniging wil haar doelen bereiken met alle geëigende en wettige middelen die aan de doelen bevorderlijk zijn.
3.8 De partij heeft geen winstoogmerk

Artikel 4: Vertegenwoordiging
4.1 GOUD wordt vertegenwoordigd door het partijbestuur. Bovendien komt die bevoegdheid gezamenlijk toe aan twee leden van het Partijbestuur waaronder ten minste één in functie gekozen lid.

Artikel 5: Financiën
5.1 Het boekjaar loopt gelijk met het kalenderjaar m.u.v. het jaar van oprichting
5.2 De inkomsten van GOUD bestaan uit:
a. de contributie van de leden;
b. verkiezingsbijdragen;
c. giften en legaten, voor zover aan die giften en/of legaten geen last is verbonden;
d. subsidies van overheidswege;
e. erfstellingen, te aanvaarden onder voorbehoud van boedelbeschrijving;
f. Inkomsten van belegde gelden;
g. vergoedingen en opbrengsten voor en van publicaties;
h. alle andere baten.

Hoofdstuk 2: Leden

Artikel 6: Leden
6.1 Slechts natuurlijke personen kunnen leden van GOUD zijn.
6.2 Als gewoon lid van GOUD kan worden toegelaten degene die:
a. doel en middelen van GOUD daadwerkelijk onderschrijft;
b. de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt; en
c. niet ten gevolge van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis het kiesrecht heeft verloren.

Rechten van leden
6.3 De leden hebben toegang tot en de bevoegdheid het woord te voeren in:
a. de ledenvergadering van het lokale netwerk waartoe zij behoren;
b. de ledenvergadering van de regio, waartoe hun lokale netwerk behoort;
c. de algemene vergadering.
6.4 De leden hebben een persoonlijk en niet overdraagbaar stemrecht in de ledenvergadering van de regio en het lokale netwerk waartoe zij behoren. Dit stemrecht gaat in op de peildatum na aanvang van het gewone lidmaatschap van GOUD. Voor de peildatum geldt dat een lid zes maanden lid moet zijn van GOUD, waarbij als ingangsdatum het moment van inschrijving bij de ledenadministratie geldt.
6.5 De gewone leden hebben stemrecht in de algemene vergadering en bij een ledenraadpleging. Dit stemrecht gaat in op de peildatum na aanvang van het gewone lidmaatschap van GOUD. Voor de peildatum geldt dat een lid zes maanden lid moet zijn van GOUD, waarbij als ingangsdatum het moment van inschrijving bij de ledenadministratie geldt.
6.6 Het stemrecht bij ledenraadplegingen is persoonlijk en niet overdraagbaar.
Over personen wordt schriftelijk gestemd. Is er sprake van een enkelvoudige kandidaatstelling, dan wordt voorgesteld die persoon bij acclamatie te benoemen.
6.7 Bij stemmingen over personen zijn de eerste twee stemmingen vormvrij. Is een derde stemming noodzakelijk, omdat niemand de meerderheid van de uitgebrachte stemmen heeft gekregen, dan kan bij de derde stemming slechts gekozen worden tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen.
6.8 Is niet duidelijk welke twee personen bij de tweede stemming de meest stemmen hebben gekregen, dan vindt eerst een tussenstemming plaats. Staken bij deze tussenstemming, of bij de derde stemming, de stemmen, dan beslist het partijbestuur.
6.9 Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij door de meerderheid van de stemhebbende leden van de vergadering een schriftelijke stemming wordt verlangd. Bij staken van stemmen bij besluiten over zaken wordt het desbetreffende voorstel geacht te zijn verworpen.
6.10 Het partijbestuur kan, in afwijking van artikel 15.12, besluiten om voor bepaalde vergaderingen of voor bepaalde stemmingen toe te staan dat het stemrecht wordt uitgeoefend door middel van elektronische communicatiemiddelen.
6.11 Het partijbestuur neemt een besluit als bedoeld in het eerste lid uitsluitend als gewaarborgd is dat de stemgerechtigde leden via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd, rechtstreeks kunnen kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kunnen uitoefenen.
6.12 Indien een bestuur een voordracht doet zoals bedoeld in de statuten of reglementen van de partij, motiveert het voordragende bestuur zijn keuze voor het doen van een enkelvoudige of meervoudige voordracht.

Plichten van leden
6.13 De leden zijn gehouden zich te onderwerpen aan de bepalingen van deze statuten, het huishoudelijk reglement, overige reglementen en aan andere wettige besluiten van de algemene vergadering en het Partijbestuur, alsmede de besluiten van de ledenvergadering van de regio, het bestuur van de regio, de ledenvergadering van het lokale netwerk en het bestuur van het lokale netwerk waartoe het gewone lid behoort.
6.14 De gewone leden zijn verplicht tot betaling van een contributie. De contributie wordt jaarlijks – op voorstel van het Partijbestuur – vastgesteld door de algemene vergadering. Nadere bepalingen omtrent de contributie worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
6.15 Het Partijbestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van contributie te verlenen o.b.v. een onderbouwd verzoek van de betreffende.
6.16 Het Partijbestuur houdt een ledenadministratie bij, waarin de namen en andere persoonsgegevens van alle leden zijn opgenomen. De leden zijn verplicht (adres)wijzigingen onverwijld aan het Partijbestuur mede te delen. Uit de ledenadministratie blijkt tevens tot welk lokaal netwerk een lid behoort. Leden woonachtig buiten Nederland ressorteren direct onder het partijbestuur

Overige bepaling
6.17 Voor zover de uit het lidmaatschap voortvloeiende rechten en verplichtingen van de leden niet worden geregeld in de statuten of in de wet, worden zij geregeld bij huishoudelijk reglement en/of in andere door de algemene vergadering vast te stellen reglementen van GOUD.

Artikel 7: Aanvang van het lidmaatschap
7.1 Het lidmaatschap vangt aan na inschrijving in de ledenadministratie, tenzij het Partijbestuur binnen zes maanden na aanmelding beslist dat betrokkene geen gewoon lid kan worden. In dat laatste geval wordt de betrokkene geacht nooit lid te zijn geweest van GOUD.
7.2 Een gewoon lid behoort tot het lokale netwerk waaronder zijn woonplaats ressorteert, behoudens het in artikel 79.3 bepaalde.
7.3 Op diens verzoek kan een gewoon lid behoren tot een ander lokaal netwerk dan dat waaronder zijn woonplaats ressorteert. Op zodanig verzoek beslist het Partijbestuur, dat aan de inwilliging voorwaarden kan verbinden.
7.4 Leden die in het buitenland gevestigd zijn vallen onder het buitenland netwerk dat ressorteert onder het partijbestuur.

Artikel 8: Einde van het lidmaatschap
8.1 Het lidmaatschap eindigt door:
a. overlijden van het lid;
b. schriftelijke opzegging door het lid;
c. schriftelijke opzegging door het partijbestuur;
d. ontzetting door het partijbestuur.
e. Lidmaatschap van een andere partij

Opzegging
8.2 Opzegging door het lid gedurende het lopende contributiejaar zal niet resulteren in enige restitutie van de contributie en dient schriftelijk te geschieden aan het partijbureau
8.3 Opzegging door het Partijbestuur heeft plaats met onmiddellijke ingang:
a. wegens nalatigheid de contributie te voldoen;
b. na het in kracht van gewijsde gaan van een vonnis, dat ten gevolge heeft dat het actief en/of passief kiesrecht van het betrokken lid verloren gaat;
c. wanneer het betreffende lid op andere wijze heeft opgehouden aan de in de artikelen 6 gestelde vereisten te voldoen;
d. wanneer van GOUD redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

Ontzetting
8.4 Tot ontzetting van leden is het Partijbestuur bevoegd:
a. op grond van een gemotiveerd schriftelijk voorstel van de ledenvergadering van het lokale netwerk, waartoe het betreffende lid behoort;
b. op grond van een gemotiveerd schriftelijk voorstel van het bestuur van de regio, waartoe het betreffende lid behoort;
c. op eigen voorstel.
8.5 Ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd handelt met de statuten en de door de algemene vergadering vastgestelde reglementen of besluiten of wanneer hij GOUD op onredelijke wijze benadeelt.
Beroep
8.6 Tegen een besluit als beschreven in de artikelen 8.3, 8.4 en 8.5 staat voor de in deze artikelen genoemde betrokkenen beroep open bij de commissie van beroep. Hangende de beroepstermijn en het beroep geldt het besluit van het Partijbestuur.

Wedertoelating
8.7 Nadat het lidmaatschap van GOUD is beëindigd door ontzetting door het Partijbestuur, kan het lidmaatschap slechts opnieuw aanvangen na een uitdrukkelijk besluit tot wedertoelating door het Partijbestuur Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op degene van wie het lidmaatschap door opzegging door het Partijbestuur is beëindigd.

Hoofdstuk 3: Inrichting van de partij

Artikel 9: Inrichting en besluitvorming
9.1 Er is één hoofdvereniging GOUD, ingedeeld in regio’s en netwerken.
9.2 De vereniging is ingericht zoals bij huishoudelijk reglement is bepaald.
9.3 Alle besluiten worden met een gewone meerderheid genomen, tenzij anders vermeld. Ieder stemgerechtigd lid kan één stem uitbrengen.

Artikel 10: Algemene vergadering
10.1 De algemene vergadering is het hoogste orgaan van GOUD.
10.2 Haar komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet, deze statuten of bij huishoudelijk reglement aan andere organen zijn opgedragen.
10.3 De algemene vergadering kan slechts rechtsgeldig besluiten nemen inzake onderwerpen, die in de agenda voor de betreffende algemene vergadering zijn vermeld.

Artikel 11: Jaarlijkse algemene vergadering
11.1 Het Partijbestuur roept de gewone leden, bijeen voor de jaarlijkse algemene vergadering, te houden voor vijftien juni, op de wijze zoals bij huishoudelijk reglement is geregeld.
11.2 In deze vergadering brengt het Partijbestuur in ieder geval zijn jaarverslag uit, legt rekening en verantwoording af over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerde beleid, worden de periodieke openvallende plaatsen in het Partijbestuur vervuld, en wordt de contributie vastgesteld.
11.3 Het Partijbestuur publiceert de jaarrekening, de begroting en het jaarverslag uiterlijk één week voorafgaand aan de jaarlijkse algemene vergadering.
11.4 Bij de behandeling van de rekening en verantwoording wordt de algemene vergadering voorgelicht door de accountant
113.5 De goedkeuring van de rekening en verantwoording door de algemene vergadering ontheft het Partijbestuur niet van zijn aansprakelijkheid voor het in het verstreken jaar gevoerde beleid, voor zover daarvan uit die rekening en verantwoording blijkt. De algemene vergadering dient daartoe een afzonderlijk besluit tot het verlenen van decharge aan het Partijbestuur te nemen, voor het in het verstreken jaar gevoerde beleid.

Artikel 12: Bijeenroeping algemene vergadering
12.1 Het Partijbestuur roept voorts de algemene vergadering bijeen zo dikwijls hij dit wenselijk vindt of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is.
12.2 De bijeenroeping geschiedt op een termijn van ten minste twee weken door toezending aan de gewone leden, van een uitnodiging die tijd en plaats van de vergadering en de te behandelen onderwerpen vermeldt. De oproeping aan ieder lid van de algemene vergadering, die daarmee instemt, kan ook geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel aan de vereniging bekend is gemaakt.
12.3 Het Partijbestuur kan besluiten dat een lid bevoegd is om in persoon, door middel van een elektronisch communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen. Het gebruik van het elektronische communicatiemiddel komt voor risico van de stemgerechtigde.
12.4 Voor de toepassing van lid 3 is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen. Door het Partijbestuur kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Indien het Partijbestuur besluit voorwaarden te stellen, worden deze voorwaarden bij de oproeping bekend gemaakt.
12.5 Het Partijbestuur kan besluiten dat een stemgerechtigde bevoegd is zijn stem reeds voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel uit te brengen. Tot het op deze wijze van stem uitbrengen zijn slechts gerechtigd zij die op een bij de bijeenroeping van de algemene vergadering te vermelden tijdstip als stemgerechtigden in het ledenregister van de vereniging staan vermeld. Op deze wijze stemmen is slechts toegestaan nadat de algemene vergadering bijeen is geroepen, doch nooit eerder dan op de veertiende dag voor die van de vergadering en nooit later dan op de dag voor die van de vergadering. Het Partijbestuur draagt zorg voor de registratie van deze stemmen en deelt de stemmen mede aan de voorzitter van de algemene vergadering. Een stemgerechtigde die op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht, kan zijn stem niet herroepen. Evenmin kan hij op de algemene vergadering opnieuw zijn stem uitbrengen. Indien het lid dat op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht ten tijde van de algemene vergadering niet langer lid van de vereniging is, wordt zijn stem niet geacht te zijn uitgebracht.
12.6 Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, tenzij in deze statuten anders is bepaald. De voor de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel uitgebrachte stemmen worden gelijkgesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden uitgebracht. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
12.7 De leiding van de algemene vergadering is in handen van de voorzitter van het Partijbestuur of degene die de voorzitter vervangt.

Artikel 13: Voorstellen aan de algemene vergadering
13.1 Het Partijbestuur heeft de bevoegdheid voorstellen aan de algemene vergadering te doen. 13.2 Partijcommissies hebben de bevoegdheid vóór een door het partijbestuur te bepalen en tijdig bekend te maken datum voorstellen bij het partijbestuur in te dienen, die in de eerstvolgende jaarlijkse algemene vergadering dienen te worden behandeld. Indien in een kalenderjaar de algemene vergadering vaker bijeengeroepen wordt, kan het Partijbestuur besluiten dat de bepalingen van dit artikellid op overeenkomstige wijze van toepassing zijn.
13.3 Het partijbestuur, de partijcommissies, hebben de bevoegdheid schriftelijk gemotiveerde amendementen in te dienen op de voorstellen, die in de algemene vergadering aan de orde komen. Bij huishoudelijk reglement kunnen regelingen worden gesteld omtrent de wijze van indiening en behandeling van dergelijke amendementen.
13.4 Het partijbestuur is bevoegd zijn voorstellen te wijzigen; met toestemming van de algemene vergadering komt eenzelfde bevoegdheid toe aan indieners van voorstellen en amendementen.

Artikel 14: Reglementen
14.1 De algemene vergadering stelt een huishoudelijk reglement en overige reglementen vast; deze mogen niet in strijd zijn met de wet, de statuten en met de beginselverklaring als bedoeld in artikel 3.2.
14.2 Het huishoudelijk reglement en overige reglementen worden door een besluit van de algemene vergadering vastgesteld, genomen met een gewone meerderheid van stemmen.
14.3 Bij huishoudelijk reglement en overige reglementen kunnen andere dan in de statuten genoemde organen worden ingesteld en tevens de samenstelling en bevoegdheden daarvan worden geregeld. Bedoelde organen vallen onder de verantwoordelijkheid van het Partijbestuur

Artikel 15: Partijbestuur
15.1 GOUD wordt bestuurd door het partijbestuur.

Samenstelling
15.2 Het partijbestuur bestaat uit een door de algemene vergadering te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf gewone leden.
15.3 Het partijbestuur bestaat uit de volgende in functie benoemde leden:
a. de voorzitter;
b. de vicevoorzitter;
c. de algemeen secretaris;
d. de landelijk penningmeester;
alsmede de niet in functie benoemde:
g. overige leden.
15.4 Voor ieder lid van het partijbestuur geldt als eis dat er met één of meerdere bestuurders:
a. geen bloedverwantschap of aanverwantschap bestaat binnen de vierde graad; en
b. geen huwelijkse relatie bestaat; en
c. geen samenwoningrelatie bestaat.
15.5 Het partijbestuur ontvangt voor zijn werkzaamheden geen beloning. Slechts een niet bovenmatige onkostenvergoeding is toegestaan, mits dit zichtbaar in de jaarrekening staat vermeld.
15.6 Indien één of meer leden van het partijbestuur tijdelijk niet in staat zijn hun functie te vervullen of indien tussentijds een plaats openvalt in het partijbestuur, blijven de overige leden van het partijbestuur bevoegd en kunnen zij uit hun midden één of meer leden aanwijzen om de functie(s) te vervullen totdat het betrokken lid zijn functie weer kan vervullen dan wel totdat de algemene vergadering in de opengevallen plaats voorziet.

Benoeming
15.7 De leden van het partijbestuur worden benoemd door de algemene vergadering.
15.8 Het Partijbestuur is bevoegd voor elke te voorziene plaats in het Partijbestuur één of meerdere kandidaten te stellen.
15.9 Bij de in het huishoudelijk reglement te bepalen termijnen met betrekking tot de kandidaatstelling van leden van het partijbestuur bij het vervullen van vacatures, zowel bij periodiek als bij tussentijds openvallende plaatsen, dient ten minste het volgende in acht te worden genomen:
a. het moment dat een plaats in het partijbestuur vervuld dient te worden wegens tussentijds of periodiek aftreden en het begin van de termijn waarbinnen kandidaten kunnen worden gesteld dient ten minste zes weken voorafgaand aan de algemene vergadering bekend te zijn gemaakt;
b. de termijn waarbinnen kandidaten kunnen worden gesteld dient ten minste vier weken te bedragen;
c. tussen de verzending van de vergaderstukken waarin de kandidaten zijn vermeld en de algemene vergadering waarin de stemming plaatsvindt, dient ten minste één week te verlopen.

Benoeming voorzitter
15.10 Bij regulier statutair aftreden of bij aftreden zonder de mogelijkheid van herbenoeming van de voorzitter van het partijbestuur agendeert het Partijbestuur een voorstel voor de algemene vergadering voorafgaand aan de algemene vergadering waarop de zittende voorzitter zal aftreden, waarin de volgende onderwerpen aan de orde komen:
a. is de zittende voorzitter, in geval van een eerste termijn, beschikbaar voor herbenoeming of ontstaat er een vacature voor het voorzitterschap;
b. een voorstel van het partijbestuur ten aanzien van het selecteren van een kandidaat-voorzitter, het instellen van een mogelijke selectiecommissie, het profiel, de wijze van verkiezen en de geldende tijdlijn. De ledenraadpleging is als wijze van verkiezen leidend. De algemene vergadering besluit over dit voorstel en de te volgen procedure.

Taken
15.11 Het partijbestuur is belast met de algemene leiding van GOUD en met de uitvoering van de besluiten van de algemene vergadering.
15.12 Het partijbestuur stelt jaarlijks een begroting en jaarplan op.
15.13 Het partijbestuur kan met machtiging van de algemene vergadering werkzaamheden (doen) uitvoeren in regio’s en lokale netwerken en partijcommissies.
15.14 Het partijbestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij GOUD zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een ander sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
15.15 Het partijbestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid en op een in het huishoudelijk reglement te bepalen wijze, taakonderdelen te laten uitvoeren door commissies, welke ingesteld kunnen worden door het Partijbestuur.
15.16 Het partijbestuur kan besluiten tot een ledenraadpleging. Het huishoudelijk reglement geeft nadere bepalingen omtrent het houden van een ledenraadpleging.
15.17 De taken van de (overige) leden van het partijbestuur worden, voor zover deze niet voortvloeien uit de statuten en of reglementen van GOUD, elk jaar door het pPartijbestuur vastgesteld en kenbaar gemaakt aan de leden.

Bestuursvergaderingen
15.18 Het partijbestuur wordt bijeengeroepen zo dikwijls als de voorzitter of een drietal leden van het partijbestuur dit wenselijk acht, maar ten minste viermaal per jaar.
15.19 De vergaderingen van het partijbestuur kan worden met adviserende stem bijgewoond door:
a. een vertegenwoordiger namens GOUD-leden in de regering, indien GOUD deelneemt aan een regeringscoalitie;
b. de voorzitter van GOUD Tweede Kamerfractie, de voorzitter van GOUD Eerste Kamerfractie en de vertegenwoordiger van GOUD-leden in het Europees Parlement;

Zittingsduur
15.20 De leden van het partijbestuur worden benoemd voor de tijd van drie jaar en zijn éénmaal herbenoembaar. Leden van het partijbestuur treden af volgens een op te maken rooster van aftreden.
15.21 Een lid van het partijbestuur, dat is gekozen ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af in de jaarlijkse algemene vergadering waarin die plaats volgens het rooster van aftreden ingevuld had moeten worden en is tweemaal herkiesbaar.
15.22 Leden van het partijbestuur zijn na een onafgebroken zittingsduur van ten minste zes jaar, met inachtneming van hetgeen in artikel 157.20 gestelde, gedurende één jaar niet herkiesbaar. 15.23 Voor de toepassing van artikel 157.21 wordt:
a. een onderbreking van het lidmaatschap van het partijbestuur gedurende minder dan een jaar buiten beschouwing gelaten;
b. de tijdsduur die verstrijkt tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene vergaderingen met één jaar gelijkgesteld.

Schorsing en ontslag
15.24 De algemene vergadering heeft het recht leden van het partijbestuur te schorsen dan wel te ontslaan.

Artikel 16: Partijbureau
16.1 Er is een partijbureau ter ondersteuning van het partijbestuur bij de uitoefening van zijn taken.
16.2 Het partijbureau staat onder leiding van een directeur, die zijn werkzaamheden verricht onder verantwoordelijkheid van het partijbestuur.
16.3 Het partijbestuur benoemt en ontslaat de directeur, die lid is van GOUD, en regelt de arbeidsvoorwaarden.

Artikel 17: Regio’s
17.1 GOUD kent een door het landelijk bestuursoverleg vast te stellen aantal regio’s.
17.2. Regio’s kunnen geen rechtspersoonlijkheid hebben.
17.3 Nadere bepalingen omtrent regio’s worden geregeld bij huishoudelijk reglement en in andere door de algemene vergadering vast te stellen reglementen.

Artikel 18: Lokale netwerken
18.1 GOUD kent lokale netwerken.
18.2 Lokale netwerken kunnen geen rechtspersoonlijkheid hebben.
18.3 Nadere bepalingen omtrent lokale netwerken worden geregeld bij huishoudelijk reglement en in andere door de algemene vergadering vast te stellen reglementen.

Artikel 19: Partijcommissies
19.1 GOUD kent partijcommissies.
19.2 Partijcommissies kunnen geen rechtspersoonlijkheid hebben.
19.3 Nadere bepalingen omtrent partijcommissies worden geregeld bij huishoudelijk reglement en in andere door de algemene vergadering vast te stellen reglementen.

Artikel 20: Commissie van beroep
Benoeming
20.1 Er is een commissie van beroep, bestaande uit één voorzitter, tenminste een lid door de algemene vergadering uit te benoemen voor een periode van drie jaar. Deze periode kan eenmaal met drie jaar verlengd worden, tenzij er sprake is van benoeming in een tussentijdse vacature in welk geval de periode tweemaal met drie jaar kan worden verlengd.
20.2
a. In de agenda voor de desbetreffende algemene vergadering maakt het Partijbestuur melding van het aftreden van de leden van de commissie van beroep en welke kandidaten het Partijbestuur stelt voor de functie van voorzitter, lid en plaatsvervangend lid..
c. Deze kandidaatstelling is slechts geldig indien van elke te stellen kandidaat een korte levensbeschrijving is bijgevoegd en vergezeld wordt van een schriftelijke bereidverklaring van de kandidaat om de kandidatuur te aanvaarden.
d. In een tussentijdse vacature wordt voorzien in de eerstvolgende algemene vergadering die meer dan zes weken na het ontstaan van de vacature plaatsvindt.

Bevoegdheden
20.3 De commissie van beroep neemt kennis van en doet onherroepelijk uitspraak in beroep, dat is ingesteld tegen:
a. een niet-toelating als bedoeld in artikel 7.1 en 8.7;
b. het niet voldoen aan het verzoek tot een bepaald lokaal netwerk te behoren als bedoeld in artikel 9.3;
c. een opzegging van het lidmaatschap door het Partijbestuur als bedoeld in artikel 8.3 onder c en d;
d. een ontzetting als bedoeld in de artikelen 8.4 en 8.5;
e. een ontbinding van een lokaal netwerk als bedoeld in het huishoudelijk reglement.
20.4 Voorts neemt de commissie van beroep kennis van en doet onherroepelijk uitspraak in beroepen die zijn ingesteld krachtens huishoudelijk reglement.
20.5 Het beroep wordt ingesteld bij aangetekende brief en wel op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit waartegen beroep wordt ingesteld; in deze kennisgeving is het recht van beroep vermeld, alsmede de termijn waarbinnen en de wijze waarop beroep moet worden ingesteld.
20.6 Indien de commissie van beroep geen uitspraak heeft gedaan binnen zes maanden nadat het beroep is ingesteld, wordt dit beroep geacht gegrond te zijn verklaard en vervalt het besluit waartegen beroep is ingesteld met ingang van de dag volgende op die waarop de uitspraak uiterlijk had moeten worden gedaan.

Hoofdstuk 4: Overige bepalingen

Artikel 21: Onverenigbaarheid van functies
21.1 Het lidmaatschap van het Partijbestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van:
a. het Kabinet
b. de Tweede Kamer;
c. de Eerste Kamer;
d. het Europees Parlement;
e. een kandidatuur voor de gremia als genoemd in sub b,c,d.
f. de commissie van beroep zoals genoemd in artikel 20;
g. het bestuur van een regio of het bestuur van een lokaal netwerk zoals geregeld bij huishoudelijk reglement.
21.2 Het lidmaatschap van het bestuur van een regio is onverenigbaar met het lidmaatschap van: a. het dagelijks of algemeen bestuur van een waterschap;
b. de provinciale staten of het college van gedeputeerde staten;
c. een kandidatuur voor de gremia als genoemd in sub a en b;
d. de financiële commissie die bij de behandeling van de rekening en verantwoording de ledenvergadering van de regio ter zake voorlicht;
e. het bestuur van een lokaal netwerk of regio.
21.3 Het lidmaatschap van een lokaal netwerkbestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van: a. een gemeenteraad of college van burgemeester en wethouders;
b. een kandidatuur voor de gremia als genoemd in sub a;
21.4 Wie bij meer dan één laag uit de gemeente, waterschap, provincie, Rijk of Europese Unie volksvertegenwoordiger of dagelijks bestuurder is, kan bij geen van de genoemde lagen een voorlopige kandidatuur voor de verkiezing tot volksvertegenwoordiger aanvaarden, tenzij de ledenvergadering of het partijbestuur die besluit over de voorbereiding van de betreffende kandidaatstelling, deze beperking heeft opgeheven.
21.5 De bepalingen inzake onverenigbaarheid zijn niet van toepassing gedurende de eerste 3 jaar na oprichting.

Artikel 22: Onvoorziene omstandigheden
22.1 In alle de gehele GOUD betreffende gevallen waarin door de statuten, het huishoudelijk reglement of andere reglementen niet is voorzien, beslist het Partijbestuur, van zodanige besluiten doet het Partijbestuur op voldoende wijze mededelingen aan de leden.
22.2 Indien een bepaling van de statuten of het huishoudelijk reglement of enig ander reglement van GOUD aanleiding geeft tot meer dan één uitlegging, is het Partijbestuur bevoegd tot het geven van een interpretatie aan de betreffende bepaling. Het Partijbestuur tracht daarbij te achterhalen wat bij het opstellen en/of wijzigen van de betreffende bepaling is beoogd en daarnaast welke uitleg naar redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden in de context van de statuten en reglementen van GOUD aan de betreffende bepaling moet worden gegeven. Het Partijbestuur is daarbij gehouden de interpretatie de eerstkomende algemene vergadering ter beoordeling aan de leden voor te leggen, waarbij de algemene vergadering een besluit neemt tot wijziging van de statuten of van het betreffende reglement ten aanzien van de betreffende – en de eventueel daarmee verband houdende – bepalingen. In zodanig geval wordt de uitlegging van het Partijbestuur in de tussenliggende periode geacht in de statuten, het huishoudelijk reglement of andere reglementen opgenomen te zijn geweest tot het besluit van de algemene vergadering; alle dienovereenkomstig vóór het besluit van de algemene vergadering verrichte handelingen of genomen besluiten behouden hun rechtskracht.

Artikel 23: Wijziging van de statuten
23.1 Voorstellen tot wijziging van de statuten of van het huishoudelijk reglement kunnen alleen in behandeling worden genomen indien zij in de agenda voor de algemene vergadering zijn vermeld en de woordelijke tekst van elke voorgestelde wijziging voor de leden beschikbaar is.
23.2 Een besluit tot statutenwijziging vereist een gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
23.3 Wijziging van de statuten treedt in werking op de datum van het passeren van de desbetreffende notariële akte of op een zodanig latere datum als op grond van het besluit in de akte van de statutenwijziging is bepaald.

Artikel 24: Ontbinding van de partij
24.1 Een besluit tot ontbinding kan slechts worden genomen door de algemene vergadering in een daartoe bijeengeroepen vergadering, die ten minste acht weken tevoren moet worden uitgeschreven onder uiteenzetting van de redenen die tot het voorstel tot ontbinding hebben geleid en verder voldoet aan de wettelijke vereisten.
24.2 De agenda voor deze algemene vergadering wordt bovendien zoveel mogelijk aan alle leden gezonden.
24.3 Een besluit tot ontbinding van de vereniging wordt door de algemene vergadering waarin ten minste vijftig procent van de stemgerechtigde leden aanwezig dan wel vertegenwoordigd is, genomen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
24.4 Indien wegens onvoorziene omstandigheden in de ledenvergadering, zoals in artikel 24.3 bepaald, niet de vereiste vijftig procent van de stemgerechtigde leden bijeen is, kan in een nieuwe algemene vergadering een besluit tot ontbinding door de algemene vergadering worden genomen, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden. Hierbij dient de geldende termijn uit artikel 24.1 in acht te worden genomen.
24.5 Een eventueel batig saldo van de ontbonden GOUD wordt toegekend aan een door de algemene vergadering te bepalen rechtspersoon in de zin van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en welke rechtspersoon een met de vereniging vergelijkbare doelstelling kent of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
24.6 Ingeval van ontbinding geschiedt de vereffening door het Partijbestuur met inachtneming van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 24: Boekjaar van oprichting
25.1 Het eerste boekjaar eindigt op 31 december 2023. Deze bepaling alsmede de titel daarvan, komt te vervallen na ommekomst van het eerste boekjaar van de partij.
25.2 Voor de periode van het boekjaar van oprichting kan het bestuur besluiten ontheffing te verlenen indien niet benodigde aantal personen en functies in de genoemde onderdelen beschikbaar zijn.
25.3 Voor de periode van het boekjaar van oprichting kan het bestuur besluiten ontheffing te verlenen inzake de onverenigbaarheid van functies.

Deel dit artikel via

Wilt u graag op de hoogte blijven?
Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief!